Disciplinespecifieke competenties voor de paramedisch werker

DE PARAMEDISCH WERKER

- Heeft een grondige* kennis van:
  • de fysieke en de psychomotore ontwikkeling, inclusief leefgewoonteno sociale problematieken en kansarmoede
  • specifiek paramedische opdrachten in de preventieve gezondheidszorg, inclusief gezondheidsbevordering
- Heeft een goede** kennis van:
  • de normale en afwijkende psychosociale ontwikkeling
  • ontwikkelings- en gedragsstoornissen
  • de onderwijswetgeving inzake BuO en GON
  • de afspraken en de criteria voor verwijzing naar het netwerk, in het bijzonder het netwerk, in het bijzonder het netwerk van paramedisch werkers (logopedisten, kinesisten, psychomotoor therapeuten, diëtisten…) en verwante diensten (CAR, COT…)
  • de reglementering bij profylaxe van besmettelijke ziekten
- Heeft een basiskennis*** met betrekking tot:
  • de onderwijswetgeving, de onderwijsstructuren en het onderwijsaanbod
  • opvoedingsondersteuning
  • leerstoornissen of problemen met het leren en studeren
- Is vaardig in het stellen van paramedische handelingen in het kader van een preventief medisch onderzoek
  • Dient de (inhaal)vaccinaties toe volgens het geldende vaccinatieschema en de standaard ‘Vaccinaties’
  • Een goed klinisch onderzoek kunnen uitvoeren
- Is vertrouwd met het testinstrumentarium gebruikt bij taal-, spraak- en motorische problemen (of is bereid zich  
   hierin te bekwamen)

- Is vertrouwd met de vaccinatieprocedures

  • Kent en respecteert de veiligheidsprocedures bij het toedienen van vaccinaties
  • Weet wat te doen in geval van complicaties
  • Registreert de gegeven vaccinaties, voorgevallen complicaties en gemelde nevenwerkingen

(*grondige kennis: theoretisch-wetenschappelijke kennis, incl. kennis van het
diagnostisch instrumentarium en effectieve begeleidingsmethoden)

(**goede kennis: voornamelijk praktische kennis)

(***basiskennis: kennis van de grote principes)