Disciplinespecifieke competenties voor de arts

DE ARTS

- Heeft een grondige* kennis van:
  • Pathologie en medicatie
  • de gevolgen van pathologie voor het functioneren van het kind
  • de fysieke en de psychomotore ontwikkeling
  • de medische achtergrond van ontwikkelings- en gedragsstoornissen
  • specifiek medische opdrachten in de preventieve gezondheidszorg (kennis van de Standaarden jeugdgezondheidszorg – met ‘klinische blik’ kijken naar het kind in zijn totaliteit)
  • Parate en actuele medisch-wetenschappelijke kennis over specifieke gezondheidsthema’s (bv. contraceptie)
  • Algemene principes i.v.m. de reglementering bij profylaxe van besmettelijke ziekten
  • De relevante factoren waarmee moet rekening gehouden worden bij het uitschrijven van attesten (bv. in het kader van voedingsattesten, veiligheidsfuncties…)
  • de afspraken en de criteria voor een correcte verwijzing naar het netwerk, in het bijzonder het netwerk van artsen
- Is vaardig in het stellen van medische handelingen in het kader van een preventief medisch onderzoek
  • Dient de (inhaal)vaccinaties toe volgens het geldende vaccinatieschema en de standaard ‘Vaccinaties’
  • Een goed klinisch onderzoek kunnen uitvoeren
  • Een goed neurologisch onderzoek kunnen uitvoeren
- Is vertrouwd met een selectief medisch neurologisch onderzoek in functie van een breder onderzoek naar ontwikkelingsproblemen

- Verhoogt de deskundigheid in de sector door oog te hebben voor epidemiologische aspecten


- Is vertrouwd met de vaccinatieprocedures
  • Kent en respecteert de veiligheidsprocedures bij het toedienen van vaccinaties
  • Weet wat te doen in geval van complicaties
  • Registreert de gegeven vaccinaties, voorgevallen complicaties en gemelde nevenwerkingen

(*grondige kennis: theoretisch-wetenschappelijke kennis, incl. kennis van het diagnostisch instrumentarium en effectieve begeleidingsmethoden)

(**goede kennis: voornamelijk praktische kennis)

(***basiskennis: kennis van de grote principes)